Winnend verhaal

Gepubliceerd op: 31 maart 2019 09:51

In het thema van de Boekenweek - Moeder de vrouw - vroegen wij om de mooiste verhalen over je eigen moeder. Uit de inspirerende en vaak ontroerende inzendingen was het moeilijk een keuze te maken. Uiteindelijk heeft Harold Suyk gewonnen met zijn prachtige verhaal.

Appeltaart met slagroom

Een twijfelachtige voorjaarszon prikt net door het wolkendek heen als ik mijn auto aan de overkant van het verzorgingshuis parkeer. Het is een mooie dag om mijn moeder straks het park mee in te nemen.
In de huiskamer vind ik haar aan een spelletje pim-pam-pet. De begeleidster vraagt om een vogel met een v. Nog voordat ik mijn moeder gedag kan zeggen, hoor ik haar ‘vreemde vogel’ roepen. Ik hou van haar humor en ben blij dat ze deze nog altijd niet kwijt is.

‘Kom mam, ga je mee, gaan we een eindje lopen,’ zeg ik nadat ik haar een zoen op haar wang heb gegeven.
Haar ogen glinsteren als ze ziet dat ik het ben. Gelukkig herkent ze me nog steeds. ‘Je bedoelt dat jij gaat lopen terwijl je mij duwt?’
Ik grinnik. Zo gek is ze nog helemaal niet. Uit de geparkeerde hulpmiddelen voor de vensterbank zoek ik haar rolstoel. ‘Kom je mee? Het is zalig buiten, misschien zit er zelfs een terrasje in.’

Buiten voel ik de zon door zijn broek heen. Zwijgend duw ik mijn moeder door het park. Ik ben niet zo sterk in prietpraat en de wereldsituatie besprak ik toch al nooit met haar. Behalve de ontluikende gele en paarse krokussen in het gras is er verder nog weinig kleur. Het is rustig in het park.
‘Zie je mam, het terras zit al bijna vol. Zin in koffie met appelgebak?’ vraag ik als we het park uitkomen.
Het is alsof ze wakker schrikt. Ze had met haar ogen dicht van de zon genoten. ‘Een taartje, dat is lang geleden.’

Als ik mijn moeder het terras opduw, herkent ze de mensen die aan het eerste tafeltje zitten. Ze vraagt hoe het met ze gaat en of hun dochter nog steeds studeert. Omdat het terras vrij snel volloopt en ik zeker van een plaats wil zijn, laat ik haar in de rolstoel achter en ga aan het laatste vrije tafeltje zitten. Mijn moeder haal ik zo wel op.

Ik bestel koffie met appeltaart, met voor één dubbel slagroom en zie dan dat de kennis haar naar me toe rijdt. De man zegt moeder vriendelijk gedag en ik krijg een knikje. ‘Ik heb de appeltaart met dubbel slagroom voor je besteld. Heb je er zin in?’ Mijn moeder knikt. ‘Ja, lekker veel slagroom. Kan er ook een toef in mijn koffie.’‘Wie waren dat?’ Ik wijs met mijn hoofd naar het stel op de hoek. ‘Wie?’ vraagt moeder. ‘Die mensen met wie je net een gesprek had.’

Moeder kijkt me aan alsof ik gek geworden ben. ‘Die mensen daar op de hoek? Die ken ik helemaal niet. Waarom zou ik met ze praten?’‘Maar je…’ Ik slik de rest van mijn zin in. ‘Natuurlijk ken je ze niet. Waarvan zou je ze moeten kennen?’
De ober redt de situatie als hij de bestelling voor ons op tafel zet. Moeder schept direct een grote klodder slagroom van haar schotel en laat deze tevreden bovenop haar koffie drijven.